• Schedelacupunctuur

  • Hoewel schedelacupunctuur al vroeg in de geschiedenis van de traditionele Chinese geneeswijzen ( TCG ) teruggaat, is het toch vooral van de jaren 50 van de vorige eeuw dat er op ruime schaal geëxperimenteerd werd om ziketes te genezen.

    Bovendien werden in de jaren 70 de micropunctuur systemen populair, zoals oor-, neus en aangezichtsacupunctuur, wat ook zijn invloed had op het verder onderzoeken en experimenteren met schedelacupunctuur.

    Opvallende namen daarbij zijn oa. Jiao Shunfa, die een analogie zag tussen de cerebrale neurologische functies en de zones op het hoofd.

    Vanuit TCG standpunt is het hoofd de plaats waar alle yange meridianen passeren en is het hoofd het huis van de intelligentie.  Daarnaast vermeldt Ling Shu in zijn boek dat de Qi ( energie ) en bloed van  de 12 meridianen allemaal opwaarts stromen naar het aangezicht en de orificia ( openingen ).

    Hoofd en aangezicht werd als de voornaamste plaats gezien.  Het hoofd is de verzamelplaats van de Qi ( energie ) van de meridianen, de intelligentie van de hersenen, Qi en bloed van de meridianen en de vaten.

    De acupunctuurpunten op het hoofd regelen Yin, Yang, de Qi, bloed en de functies van de zang fu ( organen ).

    In 1989 werd er door de WGO ( wereld gezondheidsorganisatie ) de Standaard nomenclatuur van de schedelacupunctuurpunten aanvaard.

    Hiermee wordt duidelijk bevestigd dat ook de WGO het nut en de werking van de schedelacupunctuurpunten inziet.